2E. * * ZAALHOCKEY VOOR DE JONGSTE JEUGD * *

8D- en 8E-teams

Door de 8D- en 8E-teams worden wedstrijden gespeeld in sporthallen in ”competitieverband”.
De verantwoordelijkheid voor organisatie, spelbegeleiding etc. berust bij de organiserende vereniging in de sporthal. Tenzij anders vermeld gelden alle door de Zaalhockeycommissie Noord ingestelde regels en bepalingen (ook voor boetes!).

Wedstrijdduur zie hoofdstuk 2B

Speelveld Als speelveld gelden de belijningen van de sporthalvloer, dus incl. cirkel.

Team Een team bestaat uit ten hoogste twaalf spelers. Per partij mogen nooit meer dan zes spelers tegelijk op het speelveld zijn. Elk team dient vergezeld te worden door een teambegelei der, van seniorenleeftijd, welke gedurende het verblijf van het team in de accommodatie de verantwoordelijkheid draagt voor het gedrag van de spelers.

Uitrusting De doelverdediger is verplicht te spelen met legguards. Legguards dienen te voldoen aan de zaalhockeyvoorschriften. Het spelen met zaalhockeystick is eveneens verplicht.

Wedstrijdleiding Voor het leiden van wedstrijden is een scheidsrechters kaart niet verplicht. (veld)hockeyervaring strekt uiteraard tot aanbeveling. In analogie met het veldhockey zijn er bij 8D en 8E- teams twee spelbegeleiders. Bij 6E teams is één spelbegeleider, welke zich in het veld bevindt.

De spelleider(s) leidt(leiden) het spel in de geest van het hockey voor de jongste jeugd, d.w.z.:
Wees geen 'scheidsrechter' maar een spelbegeleider.
Tracht de jongste jeugd vóór alles spelplezier te verschaffen door hen kiezend bezig te laten zijn, gebruik makend van hun eigen inbreng en originaliteit.
Onderbreek het spel zo min mogelijk; alleen in verband met veiligheid en hoofdregels.
Geef concrete aanwijzingen (aan beide partijen), voornamelijk als het spel stilligt.
Stimuleer door een positief meelevende houding tot nog meer spelbeleving.

Spelregels

De volgende regels zijn van toepassing:
Er wordt gebruik gemaakt van de cirkel.
Op het doel mag de bal omhoog echter, om het gevaar te beperken, tot 'plankhoogte' (ook als er geen plank is).
Er is een geldig doelpunt gemaakt als de bal binnen de cirkel door een aanvaller op doel is gepushed.
Binnen de cirkel mag de keeper de bal met de voeten spelen.
Wisselen mag gebeuren op elk gewenst moment.
Verder gelden de normale zaalhockeyregels; "shoot" en "afhouden" dienen soepel te worden gehanteerd. Let vooral op het, door de jongste jeugd gehanteerde en tot gevaarlijk spel leidende, direct retourneren van de lange pass.

6E: Er zijn geen strafhoekslagen. Bij een overtreding binnen de cirkel of het opzettelijk over de achterlijn spelen van de bal door een verdediger volgt een vrije push voor de aanvallende partij ter hoogte van de kopcirkel recht op de achterlijn; daaruit kan niet rechtstreeks worden gescoord.

8D+8E: Bij een strafhoekslag stellen de spelers van de aanvallende partij zich op op de cirkelrand.

 

Tweede- en eerstejaars 6E teams

De gehele E-categorie speelt zaalhockey in ”toernooivorm”. D.w.z. alle teams komen 3 of 4 speeldagen op één locatie bij elkaar en elk team speelt 3 wedstrijden van 20 minuten zonder wisseling van speelhelft. Er kunnen maximaal 2 wedstrijden achter elkaar worden gespeeld.

De wachttijden hebben wij zoveel mogelijk proberen te beperken tot maximaal 2 wedstrijden.

De normale spelregels zijn van toepassing.

Uitslagen Wedstrijduitslagen en eventuele bijzonderheden worden genoteerd op het Rapportageformulier

2F. MATERIALEN.

Algemeen: De uitrusting van allen die de speelvloer betreden, dient zodanig te zijn dat de vloer niet bescha¬digd kan worden.

Veel gestelde vragen zaalhockey-materialen

De bal

Zaalhockey kent geen afwijkende hockeybal. Het formaat en het gewicht is identiek aan de veldhockeybal.
Gewicht: min. 156 gr. en max. 163 gr.
Omtrek: min. 22,4 cm. en max. 23,5 cm.
De bal is rond, hard en heeft een gladde buitenzijde, hoewel kleine “deukjes” in het oppervlak zijn toegestaan.

De stick

De eisen die gesteld worden aan een zaalhockeystick, zijn identiek aan die van een veldhockeystick. Voor precieze specificaties verwijzen wij u naar het spelregelement zaalhockey.

Schoeisel

Hoewel elke accommodatie(beheerder) afwijkende regels kan instellen voor het spelen (van hockey), is in de regel het dragen van schoenen met afgevende zolen ten strengste verboden.
Schoenzolen dienen vlak en schoon te zijn zonder noppen of strips.

Keepersuitrusting

Conform het spelreglement mogen legguards, klompen en andere uitrustingsstukken geen scherpe kanten of uitsteeksels hebben. Metalen gespen aan keepersuitrustingen zijn ten strengste verboden! Harde plastic gespen dienen te worden afgeplakt.
Zelfs indien deze gespen zijn afgeplakt kan een accommodatiebeheerder het spelen met een dergelijke uitrusting verbieden omdat het aanzienlijke schade aan het speelveld kan veroorzaken. De keeper/speler dient dit verbod direct en nauwgezet op te volgen.

De wedstrijdleider MOET diegenen die niet aan boven¬staan¬de eisen voldoen, dit naar oordeel van de weds¬trijdleider of de sporthalbeheerder, uit de zaal verwijderen.

Verbanddoos en andere voorzieningen.

Zie hiervoor hoofdstuk D.3 (D.3.2) van het Bondsreglement

2A. Briefing zaalhockey seizoen 2006 - 2007

Inleiding
Ten opzichte van het vorig seizoen zijn de spelregels zaalhockey niet wezenlijk veranderd. De wijzigingen van dit seizoen zijn grotendeels gelijk aan die in het veldhockey.
Voor zaalhockey is de ‘vliegende keep’ al jaren bekend; deze is nu op het veld overgenomen. De belangrijkste wijziging is de ruimere interpretatie van het spelen van de bal met de hand (beschermer) van de keeper. Ook in het zaalhockey mag de keeper de bal bij doelgevaar met zijn hand (beschermer) wegspelen. De overige wijzigingen zijn gelijk aan het veldhockey en zijn terug te vinden op pagina 6 van het spelreglement zaalhockey.
Omdat het al weer bijna een jaar geleden is dat de laatste zaalhockeywedstrijd werd gespeeld, is het echt heel verstandig om het spelreglement zaalhockey goed door te nemen.

De zaalhockey briefing staat niet los van de veldhockey briefing van dit seizoen. De meeste algemene punten zijn zowel op het veld als in de zaal van toepassing en zullen niet kort na de veldhockey briefing herhaald worden. Indien de voor het veld gemaakte afspraken (zoals “Ik fluit niet, tenzij het niet anders kan”) worden doorgetrokken in de zaalcompetitie zal dit de duidelijkheid verhogen.

9. WEDSTRIJDDUUR

Senioren topklasse en
senioren overgangsklasse : 2 x 20 minuten
Overige senioren : 2 x 20 minuten
Jeugd A, B en C : 2 x 20 minuten
Jeugd 11D en 8D : 2 x 15 minuten
Jeugd E : 1 x 20 minuten

In een aantal gevallen zal de wedstrijdduur + wis¬seltijd nagenoeg gelijk zijn aan boven¬staande tijdsduur, i.v.m. niet te veran¬deren plan¬ning. Wanneer het programma buiten schuld van de organiserende vereni¬ging is uitgelopen, is de wedstrijdleider gemachtigd de wedstrijdduur in te korten. Hij dient dit voor aanvang van de wedstrijd mee te delen aan de betrok¬ken teams en de (bonds-) scheids¬rechters.
Wanneer teams en/of hun bevoegde leider staan op de reglemen¬tair voorgeschreven rustpe¬riode dient dit voor aanvang van de door dat team te spelen eerste wedstrijd te worden bekendge¬maakt bij de wedstrijd¬leider. De extra benodigde rusttijd zal dan van de speel¬tijd van beide wedstrijden worden afgetrokken.
De wedstrijdleider bepaalt wanneer de wedstrijd begint, echter niet eerder dan aangegeven in het wedstrijdpro¬gramma.

Afspraken en communicatie
• Omdat de afstanden in de zaal vrij klein zijn, is vaak een klein gebaar voldoende om onduidelijkheden makkelijk met elkaar op te lossen. Toch zijn er soms momenten waarop je zelf het idee hebt dat je fout zou kunnen zitten met een essentiële beslissing. Dan kun je de tijd stilzetten om je collega advies te vragen. Doe dit echter alleen als de collega het voorval realistisch gezien ook heeft kunnen waarnemen.
• Een scheidsrechter wordt beoordeeld op de juistheid van zijn beslissingen. De positioning bij het zaalhockey is anders dan bij het veldhockey. Maak daar goede afspraken met elkaar over en pas, aan de hand van de ervaring bij situaties, je opstelling aan. Maak met name vooraf goede afspraken over je positie bij vrije pushes voor de aanval in de buurt van de cirkel.
Fluiten tot ver op de helft van je collega is regeltechnisch geen probleem, maar stem dit goed samen af om te voorkomen dat er dubbel gefloten wordt.
• Maak goede afspraken met de zaalwacht of de tijdwaarnemer en laat geen misverstanden ontstaan over wie de tijd bijhoudt. Laat dit ook duidelijk vooraf aan de teams weten, zodat zij weten of ze op de toeter of het fluitje moeten letten.

Spelen van de bal
• Een push voldoet aan de regels wanneer de bal van dichtbij wordt weggeduwd, terwijl op dat moment zowel de haak van de stick als de bal op de grond zijn. Wanneer de speelbeweging wordt ingezet van meer dan 50 cm van de bal, dan is er sprake van een slapshot en dat is verboden.
• In het normale spel, dus anders dan bij een push op doel, dient de bal over de grond te worden gespeeld. Wanneer hierbij de bal omhoog gaat, geldt een maximaal toelaatbare hoogte van 10 cm. Ook als de bal minder dan 10 cm van de grond gaat, kan de tegenstander hier in bepaalde gevallen hinder van hebben. In die gevallen moet je ook voor hoog fluiten. Dus: boven de 10 cm is altijd fout, onder de 10 cm is alleen fout als de tegenstander hier hinder van ondervindt.
• Onder liggend spelen wordt verstaan: echt liggen, of een knie, arm of hand aan de grond hebben. De hand die de stick vasthoudt mag bij het spelen van de bal met de stick wel op de grond komen. De regel is bedoeld om de speler te bestraffen die eerst een hand, knie of arm aan de grond zet, voor hij de bal speelt. Als hij gaat steunen wanneer de bal al gespeeld is, is het geen overtreding.

Spelhervattingen
• Bij alle spelhervattingen dienen tegenstanders minimaal 3 meter afstand te houden van de bal. Bij een vrije push voor de aanvallers binnen 3 meter van de cirkel moeten alle spelers (behalve degene die de bal neemt) 3 meter afstand te houden. De bal moet bij een vrije push stil liggen of duidelijk gecontroleerd worden neergelegd. Bij het nemen moet de bal minstens 10 cm bewegen.
• Net als bij veldhockey hoeft de vrije push niet exact op de plaats van de overtreding genomen te worden. De aanvaller mag echter geen onredelijk voordeel krijgen uit het op een andere plaats nemen van de bal. Gebeurt dit wel, dan is een vrije push voor de tegenpartij de enig juiste straf.
• Na een overtreding van een aanvaller in de cirkel mag de verdediger de bal op iedere willekeurige plaats in de cirkel nemen of langs de ‘loodlijn’ tot 9.10 meter van de achterlijn verplaatsen. Alle tegenstanders moeten drie meter afstand houden. Als de bal over de achterlijn is gegaan is de spelhervatting zoals op het veld, op de “loodlijn” tot maximaal 9.10 meter.
• De 5-meter straf is een strafverzwaring. De regel wordt net als de 10-meter straf in het veldhockey toegepast. De 5-meter straf kan ook worden toegepast op de helft van de overtredende speler. De 5-meter straf (gebaar: gestrekte arm omhoog, met gebalde vuist) wordt dan toegepast bij een minder zwaar vergrijp. De strafverzwaring tot een strafcorner wordt toegepast bij een fysiek vergrijp of wanneer de verplaatsing van vijf meter zou leiden tot een vrije bal binnen de cirkel.
• Let erop dat het geven van een 5-meterstraf ook daadwerkelijk een straf is voor de partij die de overtreding begaat. Soms is snel mogen doorspelen voordeliger voor de benadeelde partij.

Gebruik van lichaam en stick
• Bij zaalhockey gebruikt een speler de hand waarmee hij zijn stick vasthoudt in sommige gevallen bewust om de bal te spelen of beter te controleren. Dat is niet toegestaan en dient als “shoot” bestraft te worden. Wanneer de bal echter tegen een hand wordt aangespeeld, is dit net als in het veldhockey geen overtreding. Dus: bal raakt hand is niet fout; hand raakt bal wel.
• Omdat je er als scheidsrechter in de zaal veel dichter bijstaat dan op het veld, is het stickafhouden beter te zien. Fluit alleen voor dié gevallen die er duimendik bovenop liggen en die het spel beïnvloeden.
• Een verdediger mag sticks maken wanneer hij zonder gevaarlijk spel te veroorzaken een schot op doel stopt. Dit soort reddingen wordt meestal in een reflex gedaan, dus zal hij zijn stick niet doodstil hebben. Dat is geen probleem, mits de bal maar niet bewust wordt voortbewogen. Gaat de bal na de stop over de achterlijn, dan is het uitpushen.

Ruw en gevaarlijk spel
• Met name in de zaal komt het regelmatig voor dat spelers in balbezit een soort pirouette maken om vervolgens de bal hard in de richting van een dichtbij staande tegenstander te spelen. Deze manier van spelen is gevaarlijk (men raakt gemakkelijk de hand van de laagzittende verdediger) en moet worden tegengegaan.
Let wel, de draaibeweging is niet de fout die hier (met een vrije push en een waarschuwing) bestraft wordt, maar het feit dat de verdediger een totaal onverwacht en hard schot van dichtbij in zijn richting krijgt gespeeld. Het gevaar is met name het breken van vingers / handen en afketsen van de bal via de eigen stick van een laagzittende verdediger in zijn gezicht.
• Ook als de bal in het gewone spel of bij een spelhervatting van korte afstand hard in de richting van een laag zittende tegenstander wordt gepusht, met de intentie om een stopfout te veroorzaken of de tegenstander op het lichaam te raken, krijgt de veroorzaker een vrije push tegen (uitlokken van een overtreding). Let op dat het hier gaat om een harde pass van korte afstand recht op de tegenstander af. Het gaat er om dat de verdediger in die situatie geen tijd of mogelijkheid heeft gehad om op de pass te reageren (en zichzelf te beschermen). Zorg er voor dat de verdediger dus op ruim 3 meter afstand staat bij een spelhervatting.
Keeper
• De standaard keeper (dus met volledige uitrusting), moet zijn helm ophouden. Dat moet om het risico van blessures tegen te gaan; de keeper zal immers vaak met zijn lichaam zijn doel verdedigen. Deze keeper mag alleen op zijn eigen helft spelen (behalve om een strafbal te nemen).
• Een verdediger die zonder keeperuitrusting als keeper optreedt (de vliegende keep) is verplicht om een helm te dragen bij het verdedigen van een strafcorner of strafbal, maar verder is hij vrij om wel of niet een helm op te zetten. Spelen met de helm op mag, maar alleen op eigen helft.
De ‘vliegende keep’ mag geen overige beschermende keeperkleding dragen, dus ook geen keeperhandschoenen.
• Alleen als én de keeper én de bal in de cirkel zijn, mag de keeper (in zijn eigen cirkel) liggend spelen.
• De keeper mag een bal met zijn hand of arm voortbewegen indien er sprake is van doelgevaar. Indien de bal over de grond wordt gespeeld is er geen probleem. Een bal die in de lucht is, mag niet actief door de keeper worden weggeslagen.
Er gelden hierbij twee beoordelingspunten. De keeper mag de bal niet wegslaan, maar mag de bal wel laten afkaatsen. Als tweede geldt de richting waarin de bal wordt gespeeld. Als de keeper een bal die hoog aankomt, omlaag wegkaatst, is dit in principe goed. Als de bal omhoog wordt weggespeeld, is dit in principe een verkeerde stop en krijgt de keeper een strafcorner tegen.

Wisselen
• De wisselregel in de zaal is gelijk aan de veldhockeyregel: wisselen mag op elk gewenst moment, behalve bij een strafcorner (met de bekende uitzondering voor de verdedigende keeper).
• De afstanden in de zaal zijn klein; let dus goed op het juist wisselen. Wisselspelers moeten op de teambank zitten. Bij een wissel moet de speler eerst het veld uit, voordat de wisselspeler er in mag en veldspelers moeten binnen 3 meter van de middenlijn wisselen. Er zal nauwelijks een strafcorner gegeven worden voor het verkeerd wisselen, dat kan in feite alleen nog wanneer men met te veel spelers in het veld komt te staan.
• Bij een strafbal mag zowel de keeper als de aanvaller worden gewisseld. Wanneer een strafbal zou moeten worden overgenomen, mag dat ook.

Strafcorner
• Het opzettelijk spelen van de bal over de eigen achterlijn moet ook bij zaalhockey worden bestraft met een strafcorner. Opzettelijk houdt in dit geval in dat de verdediger bewust en actief koos voor de optie van het spelen over de achterlijn. Een keeper mag de bal laten afkaatsen over zijn achterlijn, ook als dit (waarschijnlijk) opzettelijk gebeurt (een veldspeler echter niet). In “lange corner situaties” geef je in de zaal gewoon een uitpush.
• Een opzettelijke overtreding door een verdediger buiten de cirkel, maar op eigen helft wordt bestraft met een strafcorner. Consequent toepassen van deze regel voorkomt discussie.
• De cirkel is klein, dus het voordeel van te vroeg uitlopen is al snel groot. Dit moet worden tegengegaan. De teller begint hierbij niet bij elke strafcorner weer op nul. Wanneer men bij de eerste strafcorner al tweemaal te vroeg is uitgelopen, volgt bij de volgende strafcorner, als dezelfde partij wéér te vroeg uitloopt, een groene kaart. De daaropvolgende speler van dezelfde partij die het trucje weer probeert, krijgt geel.
Let goed op dat het hier over hetzelfde team gaat, dus niet team B een gele kaart geven bij zijn eerste keer te vroeg uitlopen, omdat team A al groen heeft gehad. En als er een paar strafcorners tussen de twee waarschuwingen in zitten, begint de teller in principe weer op nul. Maar als de situatie zich na rust bij je collega herhaalt, trek de lijn dan consequent door. Overleg in de rust!
• Voor er uit een strafcorner gescoord kan worden, moet de bal na het aangeven buiten de cirkel geweest zijn. Niet het eerste schot is verboden, maar het scoren kan niet voordat de bal buiten de cirkel is geweest. Shoot op de doellijn leidt dan dus tot een strafcorner.
Als de bal nog niet buiten de cirkel is geweest en de aanvaller tóch richting doel pusht, is dit dus geen schot op doel (want je kunt niet scoren) en dus mag de bal niet hoog.

Strafbal
• Hoewel de spelregels anders toestaan, blijft het in Nederland regel dat de scheidsrechter hardop vaststelt dat de keeper en de aanvaller klaar zijn voordat hij fluit voor het nemen van de strafbal.
• Als de keeper te vroeg van zijn lijn komt en daardoor een doelpunt voorkomt, wordt de strafbal opnieuw genomen. Dit geldt niet alleen wanneer de keeper de bal daadwerkelijk stopt. Wanneer je er van overtuigd bent dat de aanvaller wordt beïnvloed door het te vroeg van de lijn komen van de keeper en daardoor hij de bal naast pusht, laat je de strafbal overnemen.

Persoonlijke straffen
• Zeker in de zaal, waar de afstanden gering zijn, is een verbale waarschuwing vaak makkelijk “in het voorbijgaan” te geven. Dat kan door een gebaar, een extra fluitsignaal of soms een opmerking. Hiervoor wordt de tijd niet stilgezet. De regel is echter: als je de tijd stil zet voor een persoonlijke straf, dan móét een kaart volgen.
• De minimum tijdstraf voor een speler bij een gele kaart is twee minuten. Deze minimale straf wordt toegepast bij verbale of minder zware vergrijpen (geen afstand, bal wegtikken).
Bij echt fysieke overtredingen is de tijdstraf vijf minuten. Houd de lengte van de tijdstraf simpel: 2 minuten, 5 minuten of de hele wedstrijd.
• Bij alle tijdstraffen geldt dat de scheidsrechter duidelijk de duur van de straf aangeeft, zodat de tijdwaarnemer weet wanneer hij de speler weer het veld in kan laten gaan. Bij een rode kaart moet de betrokken speler de hal verlaten. Teambegeleiders die een gele kaart krijgen moeten tien minuten naar de tribune, waar ze zich niet met het spel mogen bemoeien. Mochten zij zich op de tribune blijven misdragen, dan wordt de straf verzwaard en volgt dus een rode kaart. Ze mogen na een gele of rode kaart niet als speler aan dezelfde wedstrijd meedoen.
• Bij een strafcorner mag niet gewisseld worden, maar als de straftijd van een speler eindigt nadat een strafcorner is gegeven mag de speler terug het veld in. Omdat een verdediger direct achter de achterlijn moet staan, mag een gestrafte speler niet terug het veld in worden gestuurd tussen het moment van aangeven en het eind van de strafcorner. Maar als de partijen nog niet gereed zijn om de strafcorner te nemen, staat niets het terugkomen van de speler in de weg.
• In alle gevallen is twee keer groen geel en twee keer geel rood, behalve bij een aanvoerder, want daar worden de kaarten voor de speler en de functionaris apart geteld. Het noteren van een tweede gele kaart gaat net als bij veldhockey: bij een identieke overtreding schrijft u een gele en een rode kaart op; bij twee verschillende overtredingen schrijft u twee gele kaarten op. In de wedstrijd blijft het resultaat gelijk: na de tweede gele kaart komt de speler niet meer terug het veld in.
• Het komt te veel voor dat een teambegeleider de scheidsrechter gebruikt als middel om zijn team op te jutten. Dit soort acties leidt de scheidsrechter af en wekt naar spelers en publiek de indruk alsof orde en gezag ontbreekt. Treed daar tegen op! Waarschuw de begeleider, geef hem de grenzen aan en bestraf hem als hij die grenzen over gaat. En dan niet met een groene kaart, maar direct met geel. Hij wéét dat hij zich moet gedragen en is al gewaarschuwd, dus een extra waarschuwing met een groene kaart hoeft niet meer. Laat je de begeleider zijn eigen grenzen bepalen en jou steeds maar weer afleiden, dan wordt het uiteindelijk jouw probleem.
• Een begeleider die het veld in loopt om zijn ongenoegen te uiten, krijgt zonder waarschuwing geel. En schelden betekent rood.

2B. REGLEMENT ZAALHOCKEY 2006 - 2007

Van toepassing zijn:
Wedstrijdreglement zaalhockey K.H.H.B., laat¬ste editie
Bondsreglement, laat¬ste editie.
De belangrijkste punten uit het reglement c.q. afwijkin¬gen daarvan zijn:

1. UITKOMEN VOOR MEER DAN ééN VERENIGING I.V.M. ZAALHOCKEY.

Bondsreglement hoofdstuk C.7

Begrippen:
BRZ: BondsReglement Deel C (2006)
Veldvereniging: de vereniging waarvoor de betrokken speler uitkomt in de veldcompetitie.
Zaalvereniging: de vereniging waarvoor de betrokken speler uitkomt in de zaalcompetitie.

Een speler mag zich voor deelname van de zaalhockey competitie aanmelden bij een andere vereniging dan waar hij veldhockey speelt. Dit geldt zowel voor spelers die in de veldcompetitie in een standaardteam alswel in een reserveteam zijn uitgeko¬men.

De naam van de betreffende speler dient uiterlijk 1 december van het lopende seizoen aan het bondsbureau te zijn opgegeven. Deze opgave moet worden gedaan door de zaalvereniging. Bij deze opgave dient een "verkla¬ring van geen bezwaar" te worden overlegd die is afge¬geven door de veldvereni¬ging. Een kopie van de opgave dient te worden gezonden aan het dis¬trict van de zaalver¬eniging. Deze regeling geldt onge¬acht de situatie of de veldver¬eniging al dan niet deel¬neemt aan de zaalhockeycom¬peti¬tie.

Dus: de ontheffing aanvragen bij het bondsbureau en een kopie naar de secretaresse van de ZH-commissie.

De veldvereniging blijft verantwoordelijk voor de verplichtin¬gen ex artikel 8.1 en 9.1a van het Huishoudelijk Reglement (leden¬op¬gave en contributieafdracht).

Alle spelerslijsten en aanvragen ontheffing moeten voor 1 december0 125,00 + 195,00 = 320,00
Junioren A, B en C 125,00 125,00 + 87,50 = 212,50 125,00 + 175,00 = 300,00
Junioren D11 125,00 125,00 + 78,00 = 203,00 125,00 + 156,00 = 281,00
Junioren D8 62,50 62,50 + 78,00 = 140,50 62,50 + 156,00 = 218,50
Junioren E 62,50 62,50 + 63,50 = 126,00 62,50 + 127,00 = 189,50

Boetes m.b.t. organisatie
- Organisatie niet in orde 25,00 – 250,00
- Niet goed invullen of te laat inzenden
teamformulieren / scorebladen 5,00 per formulier
Let op: vanaf dit jaar wordt de boete voor het niet opsturen teamformulier of het te laat invullen van de uitslagen door een vereniging op de web-site van de bond geheven door het Bondsbureau

11. JEUGDTEAMS.

Het is reglementair verplicht bij jeugdteams een begelei¬der te hebben, die tijdens de wedstrijd van het betref¬fende team plaats moet nemen op de aange¬geven wissel¬bank, en verantwoor¬delijk is voor het betreffende team, ook in de kleedkamer en elders in de hal. Ook voor begeleiders gelden de eisen voor het schoeisel zoals vermeld in hoofdstuk 2F.

Dispensatie jeugdspelers
De dispensatieregeling voor de zaal is cf. de regeling voor het veld.
Voor spelers aan wie voor het veld al dispensatie is verleend, hoeft niet opnieuw dispensatie voor de zaal te worden aangevraagd.

12. VERNIELINGEN.

In beginsel is de "organiserende" vereniging verant¬woor¬delijk voor eventuele bescha¬digingen / vernie¬lingen. Indien evt. daders bekend zijn dan kunnen deze m.b.v. de Commissie Zaal¬hockey Noord aange¬spro¬ken worden.

Te allen tijde moeten vernielingen e.d., ook al is een schik¬king getroffen, bij de Commissie Zaalhockey gemeld wor¬den. Op deze manier kan de commissie in¬zicht krijgen of er vaak dezelfde ploegen bij be¬trokken zijn en evt. preventieve maat¬re¬gelen nemen.

Een coach/begeleider is ook verantwoordelijk voor het gedrag van het team buiten het speelveld, zoals in de kleedka¬mer of op de tribune.

13. MATE¬RIAAL.

Zie hoofdstuk 2F.

14. KLEDING.

Zie het bondsreglement deel A.7 (zaalhockey specifieke zaken in A.7.5).
In A.7.2.2 wordt bepaald dat het team van een bezoekende vereniging in een tenue waarvan de kleur duidelijk afwijkt van die van de ontvangende partij. In District Noord geldt tijdens het zaalhockey dat het in het wedstrijdprogramma eerstgenoemde team het ontvangende team is en het laatstgenoemde team als het bezoekende team geldt.
Dus in het geval de clubtenue's niet duidelijk onder¬scheid¬baar zijn, dient het l¬aatstgenoemde team in afwijkend tenue te spelen. Denk ook aan de sokken!


15. PROMOTIEWEDSTRIJDEN / BESLISSINGSWEDSTRIJDEN.

Telkenjare kunnen aan het eind van elk seizoen beslissings-/promo¬tiewedstrijden plaats vinden. Deze worden gepubliceerd in het Mededelin¬genblad en/of in een aan de verenigingen toegezonden brief. In deze informatie zal worden meegedeeld, wie de organisatie in handen heeft en bij wie de arbitrage berust. Wed¬strijdformulieren (= teamformu¬lieren ) en scorebladen dienen te worden gezonden aan het secretari¬aat van de Commissie Zaalhockey Noord.
Bij beslissingswedstrijden tussen twee teams geldt het bepaalde in het bondsreglement C.6 bij gelijk eindigen. (direct strafpushes)¬
Bij beslissingswedstrijden tussen drie of meer teams geldt voor de eindstand de normale telling, aangevuld bij alsdan gelijk eindigen met het nemen van strafballen.

16. AANPASSING TUCHTREGLEMENT.

Met ingang van het seizoen 2005/2006 is het Tuchtreglement gewijzigd: schorsingen naar aanleiding van kaarten gehaald in de veldcompetitie worden voortaan uitgezeten in de veldhockeycompetitie. Kaarten en schorsingen opgelopen in de zaalhockeycompetitie krijgen hun vervolg in de zaalhockeycompetitie.

In de zaalhockeycompetitie leidt een 2e en 3e gele kaart tot een automatische schorsing van één wedstrijd. Een 4e en volgende gele kaart leidt tot 2 wedstrijden schorsing.

Het is de verantwoordelijkheid van de speler/speelster om zijn/haar eigen kaartenregistratie bij te houden. Dat betekent bijvoorbeeld, dat bij een tweede of volgende gele kaart in de zaal opgelopen in de eerste wedstrijd op een wedstrijddag, de speler zijn schorsing uit moet zitten in de tweede wedstrijd op die wedstrijddag.

De kennisgeving van de registratie van de kaart door de KNHB is slechts een ondersteuning.

Mocht aan het einde van de zaalcompetitie nog een schorsing openstaan, dan gaat de schorsing mee naar het volgende zaalseizoen.
2C. DE TAAK VAN DE WEDSTRIJDLEIDER.

- Hij controleert voor aanvang en na afloop van de wed¬strijden de speelvloer en de kleedkamers op evt. bescha¬digingen.
- Hij bepaalt wanneer de wedstrijden beginnen, echter niet eerder dan in het programma vermeldt is.
- Indien het programma buiten zijn schuld uitgelopen is, kan hij bepalen dat de nog te spelen wedstrij¬den inge¬kort worden. Dit dient hij echter vóór de aanvang der wed¬strijden aan de betrokken teams en scheidsrechters mee te delen.
- Hij controleert/laat controleren of de uitrusting van de spelers en keepers zodanig is, dat er geen beschadigingen aan de vloer kunnen optreden.
- Keepers waarvan de uitrusting niet in orde is, moet hij uit de zaal verwijderen.
- De wedstrijdleider bepaalt middels loting in aanwe¬zigheid van de desbetreffende aanvoerders, 10 minu¬ten voor het begin van de wedstrijd, welke partij de afpush heeft en de keuze van de speelhelft.
- De wedstrijdleider stelt de aanvoerders op de hoogte van de bijzondere bepalingen die in de sporthal van toepas¬sing zijn.
- In gevallen waarin deze regels niet voorzien, raadplege men het K.N.H.B. bondsreglement (met name deel C Zaalhockey).

Een belangrijk advies!
Pas u aan bij de wensen van de beheerder van de sporthal, dit in het belang van ons allen.


2D ORGANISATIE IN DE SPORTHAL.

Alle verenigingen zijn verantwoordelijk voor de gang van zaken in de sporthal van hun woon¬plaats, of waarin zij de organisa¬tie hebben tijdens de door de K.N.H.B. vast¬gestelde competi¬tiewed¬strijden. De organiserende vereniging draagt de verant¬woording over de hierna genoemde punten:

1. Het aanwijzen van een wedstrijdleider en een tijdwaarne¬mer. De tijdwaarnemer dient in het bezit te zijn van een scheidsrechterskaart of een spelregel¬diploma met als neven¬voor¬waarde dat de minimumleeftijd bij seniorenwed¬strijden 18 jaar bedraagt. De wedstrijdleider dient een seniorlid te zijn.
De wedstrijd¬leider dient minimaal 15 minuten van te voren aanwezig te zijn, indien mogelijk echter 30 minuten en meldt zich bij de zaalbe¬heer¬der.

2. Het tijdig in gereedheid brengen, c.q. opruimen van het speelveld in de sporthal (balken, doelen en netten, banken, etc.)

3. Het zorgen voor voldoende en het tijdig aanwezig zijn van scheidsrechters met een scheidsrechters-kaart om de wedstrijden te leiden, m.u.v. van die wedstrijden waarvoor door de DCA scheidsrechters zijn aangewezen.

4. Het zorgen voor de benodigde materialen zoals:
a. Goedgekeurde wedstrijdballen, welke geen strepen mogen achterlaten.
b. Een duidelijk, voor iedereen ( ook publiek ) waarneem¬baar scorebord.
c. Een goedgekeurde verbandtrommel, overeenkomstig het voor¬schrift van de K.N.¬H.B.
d. Bij de wedstrijdtafel een exemplaar van dit programma¬boek, een bondsregle¬ment en een spelreglement, allen de laatstuit¬gegeven versie.

5. Bij afgelasten van wedstrijden dient de organiserende vereni¬ging de door de DCA aange¬wezen scheidsrechters en de secreta¬ris van de DCA in te lichten.

6. Iedereen die toegang tot de speelvloer heeft, orga¬nisa¬tie, spelers en bege¬leiding, dient ervoor te zorgen dat zij of haar schoeisel aan de in hoofdstuk 2F gestelde eisen voldoet.

7. De scheidsrechterskaarten van de door de organiserende vereniging aangewezen scheids¬rechters dienen, gedurende de door die scheidsrechters geleide wedstrijd op de tafel van de wedstrijdleiding/tijdcontrole te liggen.

2G. CONTACT VERENIGINGEN MET COZANO.

Het contact van de vereniging met de Commissie Zaalhockey Noord dient te lopen via de zaalhockey-commissaris van de vereniging.
Hiervan kan worden afgeweken bij afwezigheid van die functionaris.

2H. WEDSTRIJDFORMULIEREN Liggen zoveel mogelijk ingevuld klaar in de zaal. Zie onze eigen regels hierbij.

De wedstrijdformulieren bij zaalhockey zijn aangepast aan die van het veldhockey.
Dit houdt in dat het gedeelte dat de teams moeten invullen gelijk is gemaakt.
Alleen het gedeelte organisatie en het opsturen wijkt af.
Achter op blad 1 van het wedstrijdformulier staan aanwijzingen m.b.t. het invullen.

Één belangrijk verschil: Het invullen van deel A en het opsturen is de verantwoordelijkheid van de organiserende vereniging, in tegenstelling tot wat in toelichting staat (pt. A1 hier wordt gesproken van thuisspelende vereniging)

==> Bij de overige jeugdteams dient ook de begeleider te tekenen
Het formulier is in drievoud, deel 1 is voor de K.N.H.B., de andere voor de deelnemende teams.

Rapportageblad.

Het rapportageblad (halformulier) dient ter informatie van de districtcommissie zaalhockey. Hierop staan alleen uitslagen en ev. bijzondere mededelingen (schade, wangedrag teams buiten de wedstrijden).
Het invullen hiervan gebeurt door de organiserende vereniging.

VERZENDING.

Opsturen moet door de organizerende vereniging geschieden op de dag van de wedstrijden.

Wedstrijdformulier
1e blad van teamformulier opzenden naar het bondsbureau
K.N.H.B.,
Postbus 2654, 3430 GB Nieuwegein (*)
2e blad voor het eerstgenoemde team
3e blad voor het laatstgenoemde team.

(*) Alle formulieren met een ander adres voor opsturen zijn van een oud type en mag u niet meer gebruiken!

Rapportageformulier
- Opzenden naar district:
Mevr. I. van Dijk-v.d. Wijngaard
Ds. Huismanstraat 26, 9051 DX Stiens

Uitslagverwerking

De uitslagen moeten cf. de wijze op het voor de uitslagen op het veld uiterlijk maandagavond worden ingevoerd door de thuis- en uitvereniging. Dit kan met hetzelfde ID en Password als nu ook gebeurd voor de velduitslagen.